U.G. Dorhout. De Babo-club. Illustraties Pol Dom. Gebr. Kluitman, Alkmaar 19xx.

De babo-club's overwinnaar, heet het slothoofdstuk van het boek, en daar laat de prachtige omslag van Pol Dom ook geen twijfel over bestaan. Maar voordat ze de wedstrijd rijden en winnen, stelt de schrijver de jongens aan de hand van hun bijnamen eerst voor: Broekie, Arendsveer, Busnach, de Otter. De winter kan daarna beginnen voor de net opgerichte Babo-club. Nee, niet 'Baboe-club' omdat er 'allemaal van die verbrande zwarte nikkers lid zijn' in de woorden van zus Nel. Maar het zijn de voorletters van de bijnamen op een rij.

Het zijn korte baanwedstrijden die de babo-club moet rijden. De traditie wil dat je eerst met de wind mee en dan tegen de wind in rijdt.

Fragment:

'Dat 's best een meevallertje', merkte Broekie op, 'dat hij de eerste rit voor de wind af gewonnen heeft. Nu wint Otter zeker de eerste prijs. Tegen de wind haalt Wester hem niet in.' 'k Weet het nog niet!' zei Arendsveer. 'Zag je hoe vlug die Eernewouder van de start wegschiet?' 'Ja… dat kan wel', merkte Broekie op, 'maar de Otter kan het beter uithouden.' 'Ik geloof het ook!' viel Busnach hem bij. 'Daar komen ze!' schreeuwde hij. De jongens rekten de halzen uit om toch maar niets van de rit te verliezen. 'Hij is weer voor!'juichte Arendsveer. En ….. de Otter bleef voor!

Onder een oorverdovend gejuich vloog hij over de eindstreep. Reeds schoten de clubgenoten onder de touwen door om hun vriendje het eerst geluk te wensen. 'Dank je… dank je…,' Hijgde de Otter. Hij kon bijna niet meer maar zijn ogen schitterden. Eensklaps pakten Broekie en Busnach de Otter beet… Karel schoot ook toe… ze hieven hem in de hoogte en reden zingend met de overwinnaar omhooggedragen de bijbaan op.