H. Bruining. Oude Wytske. Illustraties B. Reith. Bosch Baarn, 1920 (uit de Stamperius- bibliotheek).

B. Reith maakte deze prachtige omslagillustratie voor Oude Wytske: kinderen voor de zopie-tent. Het is door de omslag een klassieker onder de schaatsboeken. Bruining was een echte liefhebber van schaatsen, hij was voorzitter van de ijsvereniging Dokkum en schreef twee kinderboeken volledig gewijd aan het schaatsen: oude Wytske en Boucke de Hardrijder. Bruining schreef als Fries in het Nederlands, een groter taalgebied.

De illustraties zijn mooier dan het verhaal, zoals wel vaker het geval is bij oude jeugdboeken. Het verhaal is wat clichématig. Oude Wytske is de buurvrouw van Jetse. Wytske heeft een kraam op het ijs, Jetse staat er met een snoepkraam een centje bij te verdienen voor vader. Hij is de brave hendrik, zijn leeftijdsgenootjes oplichtertjes. Alles draait ten slotte om de hardrijwedstrijd en de diefstal van de schaatsen van het negerjongetje Kissie (eigenlijk een Javaan). Het slothoofdstuk heet 'kwaad bedoeld, ten goede gekeerd'. Gelukkig maar!

Fragment:

Inmiddels had de bel gewaarschuwd en de kampioenen waren op de meet gaan staan, of, zoals de jongens zeiden op de streek. Wat een verschil in houding tussen die twee! Daar stond Klaas geheel strijdvaardig: de ene schaats op de streek, de ander achteruit, gereed om op het gegeven teken krachtig vooruit te snellen: terwijl de ander rechtop stond als een staak en de armen langs het lijf liet hangen. 'Twee Klazen,' zei Piet. 'Grapje: Klaas Kooijman en houten Klaas' De bel luidde opnieuw 'Een, twee, drie, mars!'' Riep meneer Post.